reis-verslagen.be
Zondag 2 Mei '04

Wanneer we wakker worden, blijkt dat we nergens een aanduiding van de tijd hebben. We dragen geen horloges en een wekker zijn we natuurlijk vergeten. Gelukkig zit er nog een klok in de auto. Het is schijnbaar 10 uur, dus een mooie tijd om ontbijt te zoeken. Dit tijdsprobleem zal ons nog de hele week parten spelen, hoewel we op de laatste dag al aardig zonnewijzer konden lezen.

Alain is al een week aan het dromen om ’s ochtends naar een Franse bakker te gaan, en met een stokbrood onder zijn arm terug te keren. Zijn dromen worden nu werkelijkheid. Het stokbrood en de croissants waren snel gevonden bij de lokale bakker, nu enkel nog iets vinden om erop te smeren. De bakker wist te melden dat er ook een kruidenierswinkeltje in de straat was. En wat voor één!! Het was zo klein dat je er eerst twee keer langs loopt, voordat je het eindelijk ziet. Eenmaal binnen, strompelt een oud vrouwtje direct op je af, en begint haar levensverhaal te vertellen. In de winkel vond je van alles wel één exemplaar. Er lagen zelfs nog oude ABBA elpees voor twee euro per stuk (Voor de jongere onder ons: elpees zijn de voorlopers van de CD’s en je kon het op een platenspeler afspelen. Je kon er ook mee frisbeeën). Uiteindelijk gaan we buiten met zelfgemaakte rabarberconfituur en lekkere Franse kaas. Dit museumbezoek zouden we zeker nog overdoen. Frankrijk op zijn best!

Gisteren zagen we onderweg al een pijltje met “la demeure de Leonardo Da Vinci: Le clos Lucé”. Leonardo Da Vinci! Na het recent lezen van De Da Vinci Code doet dit mijn hartje sneller kloppen! Maar wat betekent ‘demeure’ nu toch ook al weer? Helaas zullen wij nooit zo geniaal als “Leo” zijn vrees ik… Maar als een echte Robert Langdon en Sophie Nevue proberen we de code te kraken en informeren we naar de betekenis bij de eigenares van de camping. Joepie, code gekraakt: het is de verblijfplaats van Da Vinci, waar hij de laatste 3 jaar van zijn leven heeft doorgebracht. Onze keuze is snel gemaakt en dit wordt de eerste stopplaats.

Le clos Lucé ligt in Amboise, op een kwartier rijden van Loches. Het is nog tamelijk vroeg en van horden toeristen hebben we hier geen last. Het kasteeltje ligt in een natuurrijke, rustige omgeving. We beginnen ons bezoek in het huis zelf. Als je je verbeelding gebruikt ga je 500 jaar terug in de tijd en zie je Da Vinci hier rondlopen, werkend aan zijn volgende uitvinding. Hij moet wel een klein man geweest zijn, want zijn bed was maximum 150 cm lang. Na het bezoek binnen, komen we al snel bij het leuke gedeelte: de tuin. Hierin staan verschillende uitvindingen en schilderijen op grote canvassen tentoongesteld in zeer groot formaat. De tuin is hemels. Zo eentje wil ik later ook wel. Van riviertjes tot mooie wilgenbomen, klimop en nog van dat moois. Het lijkt wel een soort van ‘secret garden’ met een educatief tintje en een stap terug in de geschiedenis! De zon is dan ook nog eens van de partij en dit maakt het enkel nog meer idyllisch. Zucht…

Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan. En nu moeten we gaan… eten! Op een leuk terrasje luieren we wat en eten we een lekkere salade. Genoeg geluierd wanneer een wesp haar interesse begint te vertonen in onze cola! Dan naar het kasteel van Amboise, gelegen op 5 minuten wandelen van Clos Lucé. Het kasteel is vroeger bewoond geweest door vele groten van Frankrijk: Charles VII en VIII, Louis XI en XII, François I, Henri II en Catharina de Medici en nog van dat moois. Leonardo Da Vinci zou hier vermoedelijk in de kapel begraven zijn. Het is een mooi kasteel en interessant om te bezichtigen, maar de kamers zijn allemaal nogal middeleeuws en sober. Na de tiende kamer hebben we het wel gezien en vervolgen we onze weg.

Terug in onze bungalow staan we weer voor een keuze wat te doen. We hadden niets voorbereid voor deze trip dus moeten we eerst eens wat reisboekjes en brochures doorbladeren om wat informatie in te winnen. De keuze valt op Tours. Dit is een universiteitsstad waar we wel wat echte Franse sfeer kunnen opsnuiven. En inderdaad, Tours is de moeite. Prachtige gebouwen en veel sfeer. We gaan eten in een druk bezocht restaurant geïnspireerd op treinen? Na wat moeite kruipen we achter ons wagontafeltje. Het eten is heel lekker, maar de bediening is wel een beetje vreemd. Hij brabbelt maar wat af in het Frans en we kunnen niet beslissen of hij ons nu elke keer beledigt of dat hij een bizar gevoel voor humor heeft. We houden het maar bij het laatste.

Bij het binnenrijden van de stad zagen we een grote kermis liggen. In het restaurant hadden we een wegbeschrijving gekregen en binnen de kortste keren stonden we tussen de schietkramen, frietverkopers en botsauto’s. Met bibber in de knieën gaan we het spookhuis in. Pfff, niets aan, je rijdt met een wagentje door donkere gangen met skeletten en griezels… Tot er op een bepaald moment iemand een hand legt op de schouder van Alain, die schrikt zich een aap en hij bevindt zich bijna op mijn schoot. Oké, ik heb ook een gilletje geslagen. Terug buiten snuiven we nog wat sfeer op. We komen ook een kraam tegen waar ze van die grote Spaanse frieten verkopen. Dit hebben we al wel eerder gezien maar deze keer deden ze er choco op in plaats van suiker. Alain zegt jammie, en ik zeg jakkes! Na een goedgevuld avondje keren we terug naar onze koude bungalow.