11.30u: Tijd om te vertrekken: we plaatsen alle koffers in de zopas schoongemaakte auto, de frigobox op de achterbank, strips onder de zetel en de Nintendo DS in de hand. Helemaal klaar voor een lange reis door Europa met eindbestemming Kroatië.
Twee dagen lang wordt de autosnelweg ons thuis. De radio aan en met de zonnebril op gaan we het life on the road tegemoet. Wendy begint te rijden en na een vlotte twee uur (enkel wat opstopping in Eindhoven) komen we aan bij ons eerste stopplaats iets voor Koblenz om te picknicken met lekkere zelfgemaakte pastasalade. Hmm, hier komen de reiskriebels al naar boven. Een Europese mengelmoes van nummerborden, caravans, strekkende benen en jengelende kinderen doen denken aan toen we zelf nog met mama en papa de verre reis gingen maken. De zon lacht ons stralend toe, dit is een veelbelovende start!
Alain neemt het stuur over. Op zondag vertrekken heeft het voordeel dat het helemaal niet zo druk is, enkel een stukje rond Stutgart gaat trager omdat er nogal wat bergen zijn gecombineerd met werken aan de weg (die zullen we nog vaker tegenkomen). Het is enkel rijden, rijden, rijden maar het mooi verlichte voetbalstadion in Munchen is toch het vermelden waard.
Als we eenmaal Munchen voorbij zijn beginnen we stilletjesaan te zoeken naar een hotel. Dit vinden we na 780 km in Irschenberg langs de snelweg. Rond 20.30u checken we in in het Rasthaus Irschenberg. Er zijn nog kamers met ontbijt aan 70€ per nacht (2 personen) zonder douche en met WC op de gang. We eten eindelijk wat (heel vettig bah) en we gaan slapen in de zachte bedden.
Midden in de nacht moet ik naar het toilet en Alain komt mee want het is toch wel eng zo om 3 uur ’s nachts in een weghotel. Met onze slaperige, witte kop gaan we op pad en net wanneer we het toilet binnengaan, springt het licht opeens uit! Shit, ook de gang is nu helemaal donker. Gelukkig brandt het licht op de trappenhal wel nog voldoende om te kunnen wandelen. Omdat het toch dringend is gaan we dan maar naar de receptie van het motel om hulp. Die is echter gesloten en we moeten naar het aanliggende wegrestaurant in onze slaperige toestand. De druk bezig zijnde cafémevrouw verwijst ons door naar de algemene toiletten van het restaurant en we moeten maar onder de betaalpoortjes kruipen… Hmm, ik had het me de eerste nacht toch anders ingebeeld dan ’s nachts over de vloer kruipen in een wegrestaurant omringd door wakkere toeristen. Maar goed dat we geen bekenden tegenkomen zo ver van huis want het zal geen zicht geweest zijn ;-)
